Afbeelding invoegen

De Orde van Vrijmetselaren heeft in haar wetgeving een beschrijving opgenomen waarin wordt
aangegeven wat het meest kenmerkende dienst te zijn van de 'vrijmetselaar' en de betekenis van
zijn lidmaatschap van de Orde. Ieder kandidaat-lid dient deze beginselverklaring te onderschrijven
als voorwaarde voor het verkrijgen van het lidmaatschap.
 
Beginselverklaring Orde van Vrijmetselaren
onder het Grootoosten der Nederlanden
Bron: Ordegrondwet vastgesteld op 18 december 1999 en gewijzigd op 15 juni 2013 

1. De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden werd op 26 december 1756
gesticht door afgevaardigden van tien in de Republiek der Verenigde Nederlanden werkzame loges.
Op 2 maart 1770 werd zij door de Grote Loge van Londen als een onafhankelijke regelmatige Grootloge
erkend.
 
2. De Orde heeft in de loop van de tijd steeds in haar Ordewetgeving een beschrijving opgenomen van
wat in een bepaald tijdsbestek gezien werd als het meest kenmerkende van vrijmetselarij, van de Orde
en van het lidmaatschap daarvan. Deze tekst luidt nu zoals neergelegd in Artikel 1.
 
Algemene bepalingen
 
Artikel 1
 
1. Een vrijmetselaar is een vrij man van goede naam, die is ingewijd in een tot de Orde behorende loge,
dan wel in een loge die werkt onder een door de Orde erkende Grootloge. Hij werkt, samen met andere 
vrijmetselaren, met behulp van symbolen en rituelen aan zijn persoonlijke vorming. Deze symbolen en
rituelen zijn door de traditie gegeven; zij worden door de vrijmetselaar naar eigen inzicht geïnterpreteerd.
De gezamenlijke arbeid stimuleert hem ook naar vermogen bij te dragen aan een betere samenleving. De
vrijmetselaar zoekt op wat mensen verbindt en tracht weg te nemen wat hen verdeelt, opdat het ideaal van
een allen verbindende broederschap gestalte kan krijgen. Daarbij aanvaardt hij een persoonlijke verantwoor-
delijkheid ten opzichte van de wereld, die hij ziet als een te voltooien bouwwerk waarvan ieder mens een
levende bouwsteen is. Hij verricht die arbeid in het licht van een hoog beginsel, symbolisch aangeduid als
"Opperbouwmeester des Heelals”.

De vrijmetselaar erkent de hoge waarde van de menselijke persoonlijkheid, de gelijkwaardigheid van alle
mensen, ieders recht om zelfstandig te  zoeken naar waarheid en ieders verantwoordelijkheid voor zijn doen
en laten.

2. Vrijmetselarij wordt beoefend in plaatselijke verenigingen, loges genaamd. Vrijmetselaren betrachten ver-
draagzaamheid en streven naar harmonie; mede daardoor kunnen de loges ontmoetingsplaatsen zijn voor
mannen met uiteenlopende achtergronden, levensbeschouwingen en inzichten. 
    
De gezamenlijke arbeid leidt tot beleving van verbondenheid van alle vrijmetselaren. Deze verbondenheid
wordt broederschap genoemd.
 
3. De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden is het organisatorisch verband waar-
binnen de voorwaarden worden geschapen om vrijmetselarij te kunnen beoefenen in de traditie waarin zij dat
sedert haar oprichting heeft gedaan.
 
4. De Orde onderhoudt vriendschappelijke betrekkingen met door haar erkende Grootloges in het buitenland.
Mede hierdoor zorgt zij ervoor dat haar leden ook daar kunnen werken, zodat de broederketen de gehele wereld
omspant.